VAN GRENZELOOS GROEN DROMEN TOT NIEUWE PRODUCTEN

Dit artikel werd in de bijlage "NoordZ" gepubliceerdEen artikel

17 feb 2021

EEMS DOLLARD REGIO In het grensoverschrijdend samenwerkingsverband Eems Dollard Regio (EDR) loopt een succesvol programma bio-economie en groene chemie. Deelnemers zijn Duits en Nederlands mkb en kennisinstellingen. Door de ontdekking van nieuwe materialen, groene routes en efficiënt gebruik van reststromen uit de landbouw komen we tot meer biobased business in de grensregio. Een toelichting uit het veld.

Nieuwe materialen voor woningbouw, medische toepassingen of chemische sector. Het zijn tastbare doelen van mkb’ers en kennisinstellingen in de grensregio. De EDR en de BIO Cooperative verbindt hen. "Bio-economie – groene chemie” wordt in het kader van het INTERREG V A programma Deutschland-Nederland ondersteund met middelen van het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het wordt gecofinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincies Drenthe, Fryslân, Gelderland, Groningen en Noord-Brabant en door de deelstaat Niedersachsen.

Juist de verschillen tussen beide landen in organisatie, cultuur en bestuur maken samenwerkingen kansrijk. „We leren veel van elkaar. Door de uitwisseling van kennis groeien de kansen voor het verwaarden van reststoffen en de ontwikkeling van innovatieve materialen voor de industrie”, vertelt Anita Buijs van de EDR. De noordelijke grensregio heeft een enorm landbouwpotentieel, veel reststromen, een sterke chemische industrie, veel familiebedrijven in de maakindustrie en meerdere kennisinstellingen. Er doen in diverse projecten 60 bedrijven mee in het programma van ruim 6 miljoen euro. „Biobased economie leeft in de grensregio. Het programma stimuleert innovatie en versterkt het mkb in beide landen”, vult Sven Stielstra aan namens BIO Cooperative, het Noord-Nederlandse samenwerkingsverband van mkb in de bioeconomie dat samen met de EDR het programma begeleidt. Anita: „Het gaat er om bio-economie toegankelijk te maken. Kennisuitwisseling van praktijkonderwijs tot en met universiteit is van groot belang.” Sven: „Om verder te komen, moet je peilen wat er leeft en speelt, bijdragen aan enthousiasme en perspectief stimuleren. Dit zal leiden tot nieuwe grensoverschrijdende projecten. Momenteel werken we aan een nieuw programma voor de volgende INTERREG VI A periode vanaf 2022. We richten ons op de circulaire bioeconomie waarbij naast groene productie ook hergebruik centraal staat.”

Afzet creëren voor natuurlijke plastics
Eén project binnen het INTERREG V A programma is de toepassing van nieuwe materialen voor spuitgieten en het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden voor spuitgieten. Cor Kamminga van het Nederlandse Ecoras en Peter Brinkmann van het Duitse TKT KunststoffTechnik GmbH , producent van kunststof componenten, werken er aan. „Door corona gaat het langzamer dan we hoopten, maar we zijn onderweg en hoopvol. We richten ons op het toepasbaar maken van PHA’s voor spuitgieten. PHA’s zijn sterke en volledig afbreekbare bioplastics uit afvalwater met als bijzondere eigenschap dat ze onder iedere natuurlijke omstandigheid afbreekbaar zijn, ongeacht temperatuur, in de grond of in water”, vertelt Cor Kamminga. „We weten dat de mogelijkheden groot zijn, de kunst is om toepassingen toegankelijk te maken zodat er vraag ontstaat bij de industrie. Daarnaast heb je dan ook de beschikbaarheid van het materiaal nodig. Met het bedrijven zoals van Peter en in samenwerking met het 3N Kompetenzzentrum willen we aantonen wat je met deze nieuwe grondstof concreet in de industrie kunt.” Peter Brinkmann: „Deze nieuwe natuurlijke grondstof heeft een andere samenstelling en andere specificaties dan we gewend zijn, we moeten leren ontdekken wat het kan. Hoe houdt het materiaal zich in een machine, kan de machine het materiaal aan. Hoe is het met de vorm, met vormvastheid, met inwerking van licht of temperatuur? Na verschillende onderzoeken en workshops, staan we te popelen het in onze praktijk te testen, maar corona beperkt ons. Je moet dat testen met elkaar doen, je hebt elkaars kennis en inzicht nodig. Over een paar maanden zetten we die stap. We zijn nieuwsgierig en hoopvol!” 


Lisdodde in spouwmuur en isolatieplaat

In het project paludicultuur draait het om diverse vragen. Welke producten kunnen uit planten geteeld op natte landbouwgrond ontwikkeld worden? Is er behoefte aan? En met welke techniek kunnen de planten geoogst worden? Het verbouwen van lisdodde, riet of veenmos op natte gronden is namelijk veen- en klimaatvriendelijker dan dat veen te gebruiken voor bosbouw of reguliere landbouw. Maar wat kan er, is er marktvraag te ontwikkelen, wat kun je met die producten? Tjeerd Veenhoven is de spin in het web van het project lisdodde als isolatiemateriaal, waar kennisinstellingen, testcentra en Nederlandse en Duitse bouwers bij betrokken zijn. Tjeerd Veenhoven: „Ik prijs me gelukkig dat ik als zelfstandige die spil kan zijn en met grote bedrijven mag samenwerken om waarde te kunnen creëren in een keten. Maar die keten met lisdodde is er nog niet, die moeten we nog maken. De bouwers geloven in de mogelijkheden, dat is belangrijk, ik kijk wat je met de verschillende vezels van de lisdodde kunt, zodat je uit organische reststoffen met weinig waarde komt tot diverse producten met allemaal hun waarde. We onderzoeken nu de potentie van schimmel om lisdoddevezels te binden voor isolatiemateriaal. Voldoet het aan verwachtingen en specificaties, is de apparatuur geschikt om het in een spouwmuur te blazen? Van andere lisdodde-vezels onderzoeken we de mogelijkheden voor isolatieplaten en geperste bouwplaat.” ”

Ongekende potentie van het Afrikaantje
Als laatste voorbeeld belicht directeur Janny Peltjes van HLB in Wijster de potentie van het bekende Afrikaantje voor verschillende businesscases. „Het is een bekende plant, waarvan een aantal soorten interessant is om regionaal te verwaarden. Het Afrikaantje wordt al in de bloembollenteelt gebruikt als natuurlijke bestrijder van aaltjes in de bodem. De teelt van de plant is echter bedrijfseconomisch nog niet interessant. We weten dat stoffen in de bloem zeer geschikt zijn als kleurstof en voor medische toepassingen. Luteïne bijvoorbeeld, de gele kleurstof van de bloem, wordt in de industrie gebruikt maar geïmporteerd uit China. We werken, naast veredeling van de plant, samen met een innovatieve groep Drentse bloembollentelers, Symeres, New Businesses Agrifood, Hanzehogeschool en de Hochschule Emden-Leer aan de ontwikkeling van een machine om plant en bloem, efficient te oogsten. Daarnaast onderzoeken we samen de waarde van zuivere luteïne en andere stoffen uit het Afrikaantje voor zowel de voedings- als de verfindustrie. Als we in staat zijn in deze regio zuivere luteïne onder controleerbare omstandigheden te produceren, voegen we veel waarde toe. Het is heel fijn dat we dankzij het INTERREG programma in staat zijn deze kostbare onderzoeken uit te voeren."   

www.noordz.nl